Juliana (Meity) Molenaar-Legand (twee delen)

 

Juliana (Meity) Molenaar-Legand (1938) groeide op in Batavia. Tijdens de Japanse bezetting werd haar vader, die kort daarvoor gemobiliseerd was, krijgsgevangen gemaakt en naar Birma gestuurd. Haar moeder, die zwanger was van haar derde kind, ging werken in een restaurant om aan eten te komen. Overgebleven voedsel nam ze mee naar huis totdat ze op een dag werd opgepakt en verkracht door Japanse soldaten. Na de Japanse capitulatie verbleven Meity met haar moeder en zus op een omheind terrein, waar ze door Britse Gurkhas werden beschermd tegen de terreur van de Pemuda’s (Indonesische vrijheidsstrijders). In 1954 vertrok het inmiddels weer herenigde gezin naar Nederland. Vader maakte deel uit van het burgerpersoneel op de vliegbasis Gilze-Rijen, maar had te kampen met een post traumatische stoornis als gevolg van zijn ervaringen in het Jappenkamp. Meity werkte achtereenvolgens bij De Faam, V&D en telefoonfabriek Ericsson in Gilze-Rijen. Ze had een uitgebreide Indische vriendenkring en organiseerde fuifjes met Indische bandjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties