Matua Mattheus Wattimena, Johanna Wattimena-Hetharia en J.L.D. (Darcos) Wattimena

 

Matua Mattheus Wattimena (1920), Johanna Wattimena-Hetharia (1927) en zoon J.L.D. (Darcos) Wattimena (1954). Matua Wattimena was een Molukse korporaal bij het KNIL. In 1942 werd hij op Java gevangen genomen door de Japanners en als dwangarbeider gedeporteerd naar de Tanimbar eilanden ten zuidwesten van de Molukken. Na de Japanse capitulatie vertrok hij naar Ambon en meldde zich opnieuw aan bij het KNIL. Hij werd overgeplaatst naar Makassar en ontmoette daar Johanna. Op 5 mei en 15 augustus 1950 nam hij deel aan de gevechten tegen het Indonesisch leger (TNI) op Makassar. Na de tweede confrontatie, waarbij ook Islamitische guerrillastrijders meevochten, werd hij overgebracht naar Samarang op Java. Van daar vertrok hij met zijn vrouw en kinderen naar Nederland. Volgens de dienstorder meldde Matua zich in Amersfoort waar hij zijn uniform en insignes moest afleggen. Er was gezegd dat het verblijf tijdelijk zou zijn, maar uiteindelijk verbleven Matua en Johanna met hun kinderen bijna zestien jaar lang in opvangkampen vooraleer ze konden verhuizen naar de wijk Driesprong in Breda. Mattua werkte bij de HKI en de ENKA. Darcos is massaspectometrist op het laboratorium van het Erasmus MC in Rotterdam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties