Pieter van Rumund (twee delen)

 

Pieter van Rumund (1927) groeide op in een gezin met tien kinderen in de Prinses Julianastraat (tegenwoordig Dillenburgstraat) in het Ginneken. Na de lagere school (Laurentiusschool) ging hij naar de St. Joost Mulo op de Ginnekenstraat. Vader had een slagerij en worstmakerij aan huis met zes knechts. Nadat de zaak tijdens een bombardement door de Duitse Luftwaffe op 10 mei 1940 was vernield, werd het bedrijf voortgezet in een nabij gelegen leegstaand pand totdat in 1942 de nieuwbouw gereed was. Het Ginneken was toen inmiddels bij Breda gevoegd. Zelf slachten werd verboden. Dat mocht alleen nog in het slachthuis in de van Rijckevorselstaat in de Belcrum. Na de oorlog zette de oudste zoon de zaak voort. Pieter werd vertegenwoordiger in de meubelbranche. Hij werkte met zijn agentuur voor verschillende meubelbedrijven (onder andere Coja, Rigi en meubelfabriek Gelderland) in Nederland, België en Duitsland.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties