Thematische index

 

INTERBELLUM

 

De periode tussen de twee wereldoorlogen werd aanvankelijk gekenmerkt door economische voorspoed en groei. Ook in Breda  Het aantal inwoners steeg snel, omliggende gemeenten werden met de stad verbonden door een paardentram en steeds meer mensen vonden werk in de opkomende industrie: Hero, Etna, Kwatta, Machinefabriek Breda (voorheen Backer & Rueb). In de tweede helft van de jaren dertig volgde de omslag. De economische crisis bracht werkloosheid en armoede.

Gerrit Baelemans (1920) Deel 1 (0.25-2.16)

Anton Brekelmans (1925) Deel 1 (0.16-2.10)

F.A. (Frans) Brekelmans (1917) Deel 2 (1917-2012)

Mgr. Hubertus (Huub) Ernst (1917) Deel 1

Marinus (Rien) van Gurp (1928) Deel 1 (Haagdijk)

Jan van den Hoven (1931) Deel 1 (Princenhage)

Riet Leenders (1930) (Belcrum – crisistijd)

Corry Oomens (1924) Deel 1 (0.26-3.48 Haagdijk – bakkerij)

Pieter van Rumund (1927) Deel 1 (Ginneken – slagerij)

Joop de Ruijter (1929) (Ginneken – armoede, werkverschaffing, steun)

Adriana Johanna (Zus) Brens-Vriens (1916) Deel 1

Maria (Rietje) Koole-Walda (1926) Deel 1 (Gasthuisvelden, 0.20-2.57 crisistijd; 2.58-3.53 mobilisatie)

Nico van de Wijngaard (1926) Deel 1 (Prinsenbeek – smederij, 2.35-3.31 crisistijd)

 

TWEEDE WERELDOORLOG

Ruim vier jaar lang werd Breda door de Duitsers bezet. Het was in veel opzichten de meest dramatische periode in de recente geschiedenis van de stad. Meer dan 200 Joden moesten onderduiken of werden vermoord. Tijdens geallieerde luchtaanvallen gericht op munitiedepots en het nabijgelegen vliegveld Gilze Rijen kwamen honderden mensen om. Gebrek aan voedsel, toenemende repressie en gedwongen arbeidsinzet veroorzaakten angst en onzekerheid.

 

De Vlucht

Nadat op 10 mei 1940 Duitse legereenheden Nederland en België waren binnengetrokken, werd het 7e Franse leger richting Breda gestuurd. De Franse legerleiding veronderstelde dat Breda tussen de frontlinies zou komen en adviseerde daarom burgemeester Bartholomaeus Van Slobbe om alle inwoners te evacueren. Zo’n 50.000 mensen kregen op zondag eerste pinkerdag 12 mei 1940 het bevel de stad te verlaten. Achteraf beschouwd was deze massale evacuatie, waarbij tientallen doden vielen, volkomen zinloos.

Pater Winfried van den Berg (1930) Deel 1 (2.40-4.26 vlucht uit Princenhage)

Jean Bergé (1922) (naar Hoogstraten, Antwerpen, Oostende)

Jacques Braat (1920) Deel 1 (2.50-6.35 naar Hoogstraten, Antwerpen, Gent)

Anton Brekelmans (1925) Deel 1 (2.11-6.36 naar Achtmaal)

Mgr. Hubertus (Huub) Ernst (1917) Deel 4 (0.44-2.47 opvang van achterblijvers)

Marinus (Rien) van Gurp (1928) Deel 1 (5.09-7.53 naar Hoogstraten, Antwerpen)

Mia Verheem-van Haagen (1934) Deel 1 (naar Effen, Zundert, Achtmaal)

Anko Holthuis (1926) Deel 1 (2.13-5.58 naar Achtmaal; 3.17-3.47 honden werden afgemaakt)

Jan van den Hoven (1931) Deel 2 (1.08-3.27 vlucht uit Princenhage)

Piet Lambers (1927) Deel 1 (naar Rijsbergen, Zundert, Achtmaal)

Wil Lijnzaad (1924) Deel 1 (naar Klein-Zundert, Achtmaal)

Joos Coolsma-Miedendorp (1910) Deel 1 (naar Rijsbergen)

Delsi Peeters-Murk (1934) Deel 1 (naar Achtmaal)

Corry Oomens (1924) Deel 1 (3.49-6.45 naar Hoogstraten, Zeeuws Vlaanderen)

Ad van Oosterhout (1928) Deel 1 (naar Rijsbergen, Zundert)

Tom Peeters (1930) Deel 1 (naar Achtmaal)

Piet de Ridder (1932) Deel 1 (1.45-4.30 naar Zundert, Achtmaal)

Gijs van der Sande (1923) Deel 1 (slachtoffer bombardement in de Prinses Julianastraat [tegenwoordig Dillenburgstraat], vlucht naar Zundert)

Bertha Maria Derks-Smolders (1923) Deel 1 (2.16-3.36 naar Rijsbergen)

Hans Peter Struch (1934) Deel 1 (3.54-4.39 naar Zundert)

Leo Touw (1926) Deel 1 (1.07-1.44 achterblijven in Princenhage)

Adriana Johanna (Zus) Brens-Vriens (1916) Deel 2 (0.37-3.15 naar Achtmaal)

Maria (Rietje) Koole-Walda (1926) Deel 1 (3.54-7.40 naar Brugge)

 

Voedselvoorziening

In de loop van de bezetting werden steeds meer Nederlandse landbouwproducten naar Duitsland geëxporteerd, waardoor er hier schaarste ontstond. Al in juni 1940 waren koffie, thee en bloem alleen nog maar ‘op de bon’ te verkrijgen. Later gold dat ook voor aardappelen, vlees en andere eerste levensbehoeften. Iedere Nederlander kreeg een ‘stamkaart’ die recht gaf op een bepaalde hoeveelheid voedsel, tabak- en kledingbonnen. Vaak was dat onvoldoende, bijvoorbeeld wanneer er onderduikers in huis waren. Mensen gingen dan de boer op, kochten op de zwarte markt en soms werd er ook een varken ‘zwart’ geslacht.

Pater Winfried van den Berg (1930) Deel 2 (5.25-7.50 korenaren rapen en dorsen met fietswiel)

Anton Brekelmans (1925) Deel 2 (3.05-4.05)

Jan van den Hoven (1931) Deel 2 (3.28 e.v.)

Corry Oomens (1924) Deel 2 (0.19-1.09)

Tom Peeters (1930) Deel 2 (2.34-3.30)

Piet de Ridder (1932) Deel 2

Pieter van Rumund (1927) Deel 2 (4.56-6.06; 6.53-7.32 zwart slachten)

Gijs van der Sande (1923) Deel 2 (5.30-6.12 zwart slachten; 6.13-7.38 overval stadhuis Etten-Leur om bonkaarten te bemachtigen)

Bertha Maria Derks-Smolders (1923) Deel 1 (5.16-5.56)

Hans Peter Struch (1934) Deel 2 (6.22-7.48 honger, tulpenbollen)

Maria (Rietje) Koole-Walda (1926) Deel 2 (2.56-3.42)

Nico van de Wijngaard (1926) Deel 2 (5.19-6.40 Bredanaars halen melk bij boeren in Prinsenbeek, controle NSB, boeren profiteren)

 

Dagelijks leven

Aanvankelijk veranderde er nog niet veel tijdens de bezetting. Het gewone leven ging door. Maar naar mate de militaire situatie voor Duitsland verslechterde, verhardde de repressie en werden steeds meer beperkende maatregelen afgekondigd: Radio’s moesten worden ingeleverd, gedurende spertijd mocht je niet naar buiten en om geallieerde vliegtuigen te desoriënteren moesten huizen verduisterd worden. Op overtreding stonden strenge straffen. Ook reageren op de provocaties en intimidaties van NSB-ers en collaborateurs was niet zonder risico.

Jacques Braat (1920) Deel 2

Anton Brekelmans (1925) Deel 2 (4.06-5.01 NSB, collaborateurs)

Marinus (Rien) van Gurp (1928) Deel 2 (1.21-3.48; 7.43-8.40 NSB, Jos Driessen, collaborateurs)  Deel 3 (0.60-1.46 Anton Mussert bezoekt Breda)

Mia Verheem-van Haagen (1934) Deel 2 (2.46-3.36 collaborateurs)

Anko Holthuis (1926) Deel 1 (5.59-7.00 Duitsgezinde leraar; 7.01-8.58 Jos Driessen en gevechten bij de HEMA)

Jan van den Hoven (1931) Deel 2, 3

Piet Lambers (1927) Deel 2

Yvonne Lemm-Maas (1936) Deel 1, 2 (1.23-2.29 dolle dinsdag, wegtrekkende Duitsers en NSB-ers)

Joos Coolsma-Miedendorp (1910) en Ineke Lolcama-Coolsma (1936) Deel 2 (0.00-0.52 inkwartiering; 5.24-6.29 radio BBC; 8.58-10.05 ds. Herman Coolsma ontwijkt arrestatie als gijzelaar)

Delsi Peeters-Murk (1934) Deel 2 (0.10-2.05 inkwartiering; 3.09-3.34 radio Oranje; 7.56-8.46 arrestatie collaborateurs; 9.00-9.56 ouders naar Anneville om koningin Wilhelmina en prinses Juliana te kappen)

Zr. Hadriana (Jacoba) Nagtzaam (1927) Deel 2 (bejaardenhuis St. Lucia in brand geschoten door de Duitsers)

Corry Oomens (1924) Deel 2 (1.10-2.36 inkwartiering, postduiven; 3.01-3.19 verduistering)

Ad van Oosterhout (1928) Deel 2

Tom Peeters (1930) Deel 2 (3.31-4.12 brandhout sprokkelen bij Bad Wörishofen; 5.07-5.36 dagblad De Stem en Radio Oranje)

Piet de Ridder (1932) Deel 2

Pieter van Rumund (1927) Deel 2 (00.9-4.40 bombardement Ginneken mei 1940)

Gijs van der Sande (1923) Deel 2 (7.38-8.32 Jos Driessen en gevechten op zaterdagmiddag bij de HEMA)

Bertha Maria Derks-Smolders (1923) Deel 1, 3 (0.19-0.59 verduistering, radio Oranje)

Adriana Johanna (Zus) Brens-Vriens (1916) Deel 2 (3.15-4.30), Deel 3 (0.17-2.40)

Maria (Rietje) Koole-Walda (1926) Deel 2 (6.53-7.42 radio Oranje; 7.43-7.58 verduistering; 9.11-9.34 collaborateurs)

Nico van de Wijngaard (1926) Deel 2 (1.24-2.07 neergestort Duits vliegtuig; 2.08-2.38 verovering Moerdijkbruggen; 2.39-5.19 inkwartiering Duitsers; 6.56-7.25 fietsbanden repareren)

 

Jodenvervolging

Eind 1940 moesten alle Bredase raadsleden een ariërverklaring ondertekenen. Het was het begin van een lange reeks anti-joodse maatregelen. De ruim 200 leden van de Bredase joodse gemeenschap vielen ten prooi aan isolatie en uitsluiting. Uiteindelijk kregen ze in augustus 1942 een oproep van de politie om zich te melden. Velen vluchtten naar België of doken onder. Meer dan honderd werden gedeporteerd en tenslotte vermoord in Auschwitz, Sobibor of in een van de andere kampen.

Pater Winfried van den Berg (1930) Deel 2 (0.33 e.v. hulp paters Kapucijnen aan ds. Coolsma)

Anton Brekelmans (1925) Deel 2 (0.17-1.42 stoffenhandelaar Cohen)

Mia Verheem-van Haagen (1934) Deel 2 (1.45-2.45)

Anko Holthuis (1926) Deel 2 (1.40-3.36 joodse onderduikers opgepakt bij familie Hofman aan de Wethouder Romboutsstraat – zie ook: Adriana Johanna (Zus) Brens-Vriens (1916) Deel 3 (3.31-4.42)

Jan van den Hoven (1931) Deel 2 (6.31-7.28 stoffenhandelaar Cohen)

Joos Coolsma-Miedendorp (1910) en Ineke Lolcama-Coolsma (1936) Deel 2 (joodse onderduikers)

Corry Oomens (1924) Deel 2 (3.20-8.46 wegvoering joden Haagdijk; 6.00-6.43 Jos Driessen controleert Haagdijk op achtergebleven joden)

Ad van Oosterhout (1928) Deel 2 (0.38-1.31 wegvoering van familie Eijsman. De familie Eijsman woonde op de Achillesstraat 95 en bestond uit koopman Hartog Eijsman, zijn vrouw Leuke Eijsman-Grünwald en de kinderen Eduard Zacharias en Léon)

Tom Peeters (1930) Deel 2 (1.28-2.02 Hartog Cohen ondergedoken in St. Ignatius ziekenhuis)

Pieter van Rumund (1927) Deel 2 (7.33-9.05 joodse onderduiker)

Gijs van der Sande (1923) Deel 2 (1.52-2.00; 3.24-4.28 joodse onderduikers)

Bertha Maria Derks-Smolders (1923) Deel 1 (5.57-6.33 joodse man pleegt zelfmoord)

Hans Peter Struch (1934) Deel 1 (2.05 ev. Kristallnacht  9-10 november 1938 en vlucht naar Breda; 3.24-3.53 bommen op station; davidster, joodse school naast de synagoge in de Schoolstraat, middelbaar onderwijs en openbaar vervoer voor joden verboden, auto afgenomen, geen migratie naar VS), Deel 2 (0.21-2.55 arrestatie vader; 2.56-8.45 onderduiken in Leiden en Oegstgeest), Deel 3 (0.20-2.27 arrestatie moeder na verraad Bredase buurjongen Kees Fens; 2.28-4.41 gevaren tijdens onderduik; 2.42-6.41 naoorlogse periode in Oegstgeest; 6.42-9.42 vader vermoord in Mauthausen, moeder in Westerbork niet vrijgekocht), Deel 4 (traumatische gevolgen, joodse identiteit, naoorlogse carrière, omgang met Duitsers, overlijdensakten vader en moeder uit Mauthausen en Sobibor)

Adriana Johanna (Zus) Brens-Vriens (1916) Deel 3 (2.40- 3.30 joodse onderduiker; 3.31-4.42 razzia en arrestatie van een groep joden bij de familie Hofman aan de Wethouder Romboutsstraat – zie ook: Anko Holthuis (1926-2015)  Deel 2 (1.40-3.36)

Maria (Rietje) Koole-Walda (1926) Deel 2 (3.58-5.10)

 

Arbeidsinzet

Vanwege de oorlogsinspanning had Duitsland meer dan ooit behoefte aan buitenlandse arbeiders. De oorlogsindustrie draaide op volle toeren en een groot deel van de eigen beroepsbevolking diende in de Wehrmacht. Om de economie draaiende te houden werden in 1942 groepen geschoolde Nederlandse arbeiders opgeëist, voornamelijk afkomstig uit de metaalindustrie. Ook studenten die de loyaliteitsverklaring weigerden te ondertekenen, moesten naar Duitsland. Vanaf 1943 werden alle mannen van 18 jaar en ouder gedwongen zich te melden. Regelmatig verschenen daartoe oproepen in de kranten. In de laatste fase van de oorlog namen de Duitsers ook hun toevlucht tot straatrazzia’s. Alleen als je een ausweis had, was je veilig, maar de meesten mannen moesten onderduiken om aan de gedwongen arbeidsinzet te ontkomen.

Pater Winfried van den Berg (1930) Deel 2 (2.34-5.25 arbeidsinzet broer)

Jacques Braat (1920) Deel 2 (2.40-2.57 wegens ’TBC’ niet opgeroepen)

Anton Brekelmans (1925) Deel 2 (1.43-2.52)

F.A. (Frans) Brekelmans (1917-2012) Deel 3

Marinus (Rien) van Gurp (1928) Deel 3 (0.25-0.59; 2.12-5.15)

Mia Verheem-van Haagen (1934) Deel 2 (3.37-5.07)

Jan van den Hoven (1931) Deel 4 (2.29-3.33 repatriëring dwangarbeiders naar bevrijd gebied)

Hein Koreman (1921) Deel 2 (8.00-8.40 vrijstelling als student van de kunstacademie Tilburg)

Piet Lambers (1927) Deel 2 (1.20-2.20 verstoppen in kleedkamers voetbalclub Baronie)

Wil Lijnzaad (1924) Deel 2 (2.46-6.04 oproep, keuring), Deel 3 (reis naar Duitsland; 1.01-1.44 NSB-ers op station Eindhoven; 5.08-6.50 werken in Konstanz), Deel 4 (terug naar Breda), Deel 5 (0.01-2.48 onderduiken in Utrecht; 2.54-5.27 reis van Utrecht naar Breda in september 1944)

Delsi Peeters-Murk (1934) Deel 2 (2.06-3.08 angst voor arbeidsinzet)

Corry Oomens (1924) Deel 2 (2.37-3.00 geen jongens op dansles)

Pieter van Rumund (1927) Deel 2 (9.06-10.25)

Leo Touw (1926) Deel 1 (3.40-4.17)

Adriana Johanna (Zus) Brens-Vriens (1916) Deel 3 (4.41-6.45 onderduiken in Groningen)

Maria (Rietje) Koole-Walda (1926) Deel 2 (8.13-8.45)

Nico van de Wijngaard (1926) Deel 2 (7.26-7.54 boeren uit Prinsenbeek werden gedwongen om met paard en kar op vliegveld Gilze-Rijen bomkraters te dichten; 7.55-9.01 aanleg tankval bij Prinsenbeek; 9.02-11.14 onderduiken voor de arbeidsinzet bij boer Schalk in Prinsenbeek)

 

Verzet

Aanvankelijk was de oppositie tegen de Duitse bezetting nog tamelijk individueel en spontaan van aard. Vaak ging het om kleine gebaren, zoals het dragen van een stuiver met de beeltenis van koningin Wilhelmina, of een speldje met de letters OZO (Oranje Zal Overwinnen). Ook kwam het voor dat NSB-ers of Duitse militairen werden uitgescholden en dat mensen samenkwamen om naar de verboden Engelse radiozender luisteren. Na verloop van tijd kreeg het verzet een meer georganiseerd karakter. De verspreiding van illegale kranten, het verbergen van joodse en andere onderduikers, pilotenhulp, inlichtingenwerk, het stelen van bonkaarten en wapens en het bevrijden van gevangenen, vereisten moed en samenwerking. Belangrijk waren de Beekse verzetsstrijders die landverraders en Duitse deserteurs gevangen hielden op kasteel Bosdal en de groep onder leiding van Paul Windhausen die een radiopost bemande op de Vloeiweide bij Rijsbergen.

Mgr. Hubertus (Huub) Ernst (1917) Deel 3 (051-2-00 Arnold van Lierop en Hein Houben en de ‘Actie voor God’; 2.00 e.v. afwijzing van het nationaalsocialisme door de katholieke kerk)

Marinus (Rien) van Gurp (1928) Deel 2,3

Anko Holthuis (1926) Deel 2 (Verspreiding verzetskranten Trouw en Vij Nederland, inlichtingenwerk, dienst Wim o.l.v. Gaston van der Meerschen verraden door Anton van der Waals, Deel 3 (arrestatie, gevangenschap Haaren (NBr), Anrath, Lüttringhausen; 5.47 ev. Bevrijding door Amerikanen)

Wil Lijnzaad (1924) Deel 5 (1.38-2.48 verzetskrant ‘Oranje Bulletin’ Utrecht)

Gijs van der Sande (1923) Deel 2 (Paul Windhausen, pilotenhulp, verzetskrant  ‘Ons Volk’, Joodse onderduikers; 5.30-6.12 zwart slachten; 6.13-7.38 overval stadhuis Etten-Leur i.v.m. bonkaarten; 8.32-9.20 arrestatie en verhoor op KMA; 9.53-13.26 Vloeiweide)

Jel Goossens-van der Sande (1916) en Frans de Kort (1939) (Koerierster, Paul Windhausen, schuilkelder Radiopost Vloeiweide, identificatie slachtoffers)

Jan Sweere (1927) (Wegens ‘opruiing’ naar huis van bewaring Kloosterlaan. Bevrijdingsactie op dolle dinsdag door verzetgroep van Cor van der Hooft en Bram Puijenbroek)

Leo Touw (1926) Deel 1 (5.04-10.07 radiopost Vloeiweide), Deel 2 (huiszoeking, arrestatie Leo, ontsnapping Henk, verhoor KMA, huis van bewaring Kloosterlaan), Deel 3 (1.03-7.35 overval Vloeiweide)

Adriana Johanna (Zus) Brens-Vriens (1916) Deel 2 (4.30-8.41 verzetsactiviteiten van de broers Vriens. Eén van hen, Bram Vriens dook onder op de vloeiweide en overleefde de overval. De kinderen van Boswachter Neefs die het drama ook overleefden, werden naar het ziekenhuis gebracht en gebruikten daar niet hun eigen naam, maar de naam ‘Vriens’)

Maria (Rietje) Koole-Walda (1926) Deel 2 (0.17-2.55 pilotenhulp; 5.11-6.52 arrestatie van zus tijdens opstootje met Jos Driessen bij de HEMA)

Nico van de Wijngaard (1926) Deel 3 (0.21-1.44 kasteel Bosdal Prinsenbeek)

 

Bevrijding

Op 29 oktober 1944 werd Breda bevrijd door de eerste Poolse pantserdivisie onder bevel van generaal Stanislaw Maczek. Dat gebeurde zonder veel tegenstand. Weliswaar vernielden Duitse sprengkommando’s tijdens hun terugtocht diverse bruggen en gebouwen waaronder het postkantoor en de kerk aan de Driesprong, maar de beslissende gevechten waren toen al achter de rug. Die vonden plaats op het platteland ten zuiden van de stad. Ook Canadese troepen hadden een aandeel in de bevrijding van Breda. Zij rukten op via Chaam en Ulvenhout, richting Princenhage.

Pater Winfried van den Berg (1930) Deel 2 (7.50-8.25), Deel 3 (0.25-3.20 bombardement seminarie Langeweg)

Jacques Braat (1920) Deel 2 (vanaf 7.05)

Anton Brekelmans (1925) Deel 2 (5.02-8.16)

Marinus (Rien) van Gurp (1928) Deel 3 (7.56-9.00)

Mia Verheem-van Haagen (1934) Deel 2 (7.18-9.21)

Jan van den Hoven (1931) Deel 4

Piet Lambers (1927) Deel 2 (3.07-4.37)

Wil Lijnzaad (1924) Deel 5 (5.28-6.35)

Yvonne Lemm-Maas (1936) Deel 2 (2.30- 6.03)

Joos Coolsma-Miedendorp (1910) en Ineke Lolcama-Coolsma (1936) Deel 2 (10.53-11.53)

Delsi Peeters-Murk (1934) Deel 2 (3.35-7.55)

Corry Oomens (1924) Deel 2 (8.47-10.43)

Ad van Oosterhout (1928) Deel 2 (2.35-5.28)

Tom Peeters (1930) Deel 2 (5.37-8.52)

Piet de Ridder (1932) Deel 2

Pieter van Rumund (1927) Deel 2 (10.59-12.06)

Gijs van der Sande (1923) Deel 2 (13.27-14.27 uitgaan met chauffeur Paul Dijckhoff en Prins Bernhard)

Bertha Maria Derks-Smolders (1923) Deel 2 (bombardement Bad Wörishofen); Deel 3 (1.00-4.30 bombardementen bevrijding, moffenmeiden, brood-NSB-er)

Ad. deel 2: Hier worden twee gebeurtenissen met elkaar verwisseld. Het ouderlijk huis van Mevr. Derks-Smolders aan de Brugstraat 8 in het Ginneken werd niet vernield tijdens het bombardement op Bad Wörishofen op 13-10-1944, maar twee weken later in de nacht van 28 op 29 oktober 1944 toen geallieerde bommenwerpers bij de bevrijding van Breda Duitse stellingen bombardeerden

Leo Touw (1926) Deel 3 (7.35-10.36)

Adriana Johanna (Zus) Brens-Vriens (1916) Deel 3 (6.45-8.53)

Maria (Rietje) Koole-Walda (1926) Deel 2 (9.35-10.12)

Nico van de Wijngaard (1926) Deel 3 (1.45-3.54 terugtrekkende Duitse leger; 3.55-5.16 gevechten bij de Mark (Terheijden) en bij Grintweg; 5.17-6.05 evacués Moerdijk; 6.06-6.33 Beekse meisjes getrouwd met Poolse bevrijders; 6.34-7.46 Poolse soldaat opgesloten in de kelder van het klooster in Teteringen wegens dienstweigeren; 7.47-8.30 naoorlogs bezoek van Duitse ingekwartierde soldaten)

 

Poolse Bevrijders

Nadat het Poolse leger op 5 oktober 1939 was gecapituleerd voor de Duitse invasiemacht, week de Poolse regering uit naar Frankrijk. Ook veel Poolse soldaten en jonge mannen die door de Duitsers tewerkgesteld werden, vluchtten het land uit. Via Roemenië en Italië bereikten ze Frankrijk om daar opnieuw tegen de Duitsers te vechten. Na de wapenstilstand trokken velen over de Pyreneeën via Spanje naar het Verenigd Koninkrijk. In Schotland vormden zij met Engels materieel een Poolse parachutistenbrigade en een Poolse pantser divisie. Dit Poolse eerste korps had een belangrijk aandeel in de omsingeling van de Duitse strijdkrachten bij het Franse Falaise en ook in de daaropvolgende geallieerde opmars naar Breda. Toen na de oorlog bleek dat Polen onder de invloedsfeer van de Sovjet Unie viel, besloten velen van hen niet terug te keren naar hun vaderland. Een aantal vestigde zich in Breda, de stad die ze hadden bevrijd en waar ze hun lief hadden gevonden.

Piotr Jan Nowinski (1923) en Ciska Willigers (1923) (0.58-2.48 vlucht naar Frankrijk; 3.26-4.03 vlucht naar Engeland; 5.12-6.03 chauffeur Bren Carrier beschoten tijdens bevrijding Breda; 7.46-10.22 demobilisatie, arbeidsbureau, stateloos verklaard, vreemdelingendienst Veemarktstraat)

Alfons Raichert (1925) (2.20- 2.54 Atlantikwall; 3.53-4.36 omsingeling Falaise; 4.37-6.41 drie Polen sneuvelen bij Bavelselaan; 6.42-9.34 ontmoeting Annie Deleij)

 

RELIGIEUS LEVEN

De Rooms-katholieke kerk heeft het sociale en maatschappelijke leven in Breda decennialang bepaald. De dagelijkse kerkgang en de jaarlijks terugkerende feestdagen waren vanzelfsprekendheden. Net als de paters en nonnen die onderwijs gaven, in missielanden werkten, de gezondheidszorg bestierden en hulp aan armen en ouderen organiseerden. Omdat Breda van oudsher een bestuurscentrum en garnizoensplaats was, waar veel noorderlingen zich hadden gevestigd, kende de stad ook een relatief grote protestantse gemeenschap. In de jaren zestig kwam er een eind aan de dominante positie van de kerk. Het Tweede Vaticaans Concilie trachtte met allerlei vernieuwingen nog tegemoet te komen aan de roep om democratisering en modernisering, maar kon uiteindelijk een leegloop van de kerken niet voorkomen.

Pater Winfried van den Berg (1930) Deel 1,3,4,5

Mgr. Hubertus (Huub) Ernst (1917) Deel 1,2,3,4,5,6

Anko Holthuis (1926) Deel 1 (1.09-2.12 Christelijke ULO en gereserveerde plaatsen in de Grote Kerk)

Hein Koreman (1921) Deel 1 (1.53-3.20 kerkkoor; 5.40-6.43 eerste Heiligenbeeldjes geïnspireerd door katholieke opvoeding), Deel 2 (0.40 huisbezoek van pastoor Gommers)

Riet Leenders (1930) (1.51-3.06)

Zr. Hadriana (Jacoba) Nagtzaam (1927) Deel 1,3

Piet de Ridder (1932) Deel 1 (1.12-1.30 Sacramentsparochie)

Pieter van Rumund (1927) Deel 1 (2.33-3.27 vleesleveranties aan geestelijkheid)

Bertha Maria Derks-Smolders (1923) Deel 1 (0.31-1.34 nonnenschool; 4.14-5.02 mijnheer pastoor waarschuwt)

Hans Peter Struch (1934) Deel 4 (3.20 -5.54 Joodse identiteit)

Adriana Johanna (Zus) Brens-Vriens (1916) Deel 1 (056-4.04 de Grote Kerk en de diaconie van de Nederlands Hervormde gemeente)

 

CULTUUR

De graven van Nassau en de van oudsher in de stad gelegerde militairen bepaalden al vroeg het culturele klimaat in Breda. In de 16 eeuw liet Hendrik III van Nassau het kasteel van Breda verbouwen tot een renaissance paleis en in de Grote Kerk richtte hij een praalgraaf op voor zijn oom Engelbrecht II van Nassau. Later waren het officieren van de KMA die statige herenhuizen lieten ontwerpen en kunstenaars inhuurden om zich te laten portretteren. Bovendien stimuleerde de aanwezigheid van militairen in het uitgaansleven de oprichting van jazz- en amusementsorkestjes en floreerde de militaire muziek. Legendarisch is het staf muziekkorps van het zesde regiment infanterie o.l.v. Louis de Morée. Ook het katholieke geloof is een belangrijke inspiratiebron geweest voor veel Bredase kunstenaars. Beeldhouwers, kunst- en decoratieschilders gaven vorm aan grafmonumenten en kerkgebouwen en het Sacramentskoor onder leiding van dirigent en orgelvirtuoos Louis Toebosch vergaarde wereldfaam. De oprichting van een Bisschoppelijk museum en een gemeente archief, maar ook de ontwikkeling van massamedia zoals de radio en de grammofoon hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de instandhouding en verspreiding van het Bredase cultuurgoed in al haar verschijningsvormen.

Jacques Braat (1920) Deel 3

F.A. (Frans) Brekelmans (1917-2012) Deel 1,3

Jan van den Hoven (1931) Deel 1,3,4

Hein Koreman (1921) Deel 1,2,3

Piet de Ridder (1932) Deel 1,2

 

NEDERLANDS-INDIË

 

Bredase militairen in Nederlands-Indië

Aan het eind van de jaren dertig verschenen er steeds meer advertenties in Nederlandse kranten waarin ‘flinke goedoppassende jonge mannen’ werden opgeroepen om zich aan te melden voor een militaire carrière in Nederlands-Indië. Aangetrokken door de goede verdiensten en het avontuur vertrokken velen als vrijwilliger naar de Oost. Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 werden naast vrijwilligers ook dienstplichtigen ingezet om het Nederlands gezag in Indië te herstellen. In totaal moesten zo’n 95.000 jongens van 18 jaar en ouder zich melden.

Gerrit Baelemans (1920) Deel 1 (2.17-3.16 aanmelding als vrijwilliger), Deel 2 (strijd tegen de Japanners op Java; 0.50-3.55 Slag om de Tjiater-pas 5-7 maart 1942; 3.56-6.16 Krijgsgevangenschap Java; 6.17-7.10 Birma spoorlijn; 7.15-8.51 Amerikaans bombardement op 15 januari 1943 in Golf van Martaban); 8.52–9.33 tewerkstelling haven Saigon), Deel 3 (patrouilles, strijd tegen TNI, ploppers)

Anton Brekelmans (1925) Deel 3 (Dienstplichtig soldaat, Java, Djokjakarta, tweede politionele actie)

Piet Lambers (1927) Deel 3 (Vrijwilliger, Hygiënist, Java)

Ad van Oosterhout (1928) Deel 3 (Dienstplichtig soldaat, Pionier, onderhoud wegen en bruggen, Sumatra)

 

Molukse KNIL militairen in Breda

Na de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 bleven veel Molukse militairen die deel uitmaakten van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) achter op Java. Op 25 april 1950 werd de Republiek Maluku Salatan (RMS) uitgeroepen, maar Indonesië erkende de nieuwe republiek niet, ondanks eerdere toezeggingen over een federale staatsstructuur en zelfbeschikking. Als ‘tijdelijke’ oplossing werden de 4000 Molukse KNIL militairen met hun gezinnen (in totaal zo’n 12.500 personen) overgebracht naar Nederland. Na aankomst werd hen verteld dat het KNIL was opgeheven en dat ze uit de militaire dienst ontslagen waren. Ze werden ondergebracht in kampen. Pas in de jaren zestig besloot de Nederlandse overheid tot definitieve huisvesting. In Breda werd de wijk Driesprong daartoe aangewezen.

Ietje Anakotta (1942) (dochter van Molukse KNIL sergeant, vader gearresteerd door Japanners wegens foto’s koningin Juliana en Wilhelmina, martelingen, huisarrest KNIL-ers tijdens onafhankelijkheidsoorlog, Amersfoort opheffing KNIL, 1951-1963 kamp Vught, zakgeld, gaarkeuken, vader werkt bij brouwerij Drie Hoefijzers, overgang naar stenen huis in Driesprong Breda, contact met Bredanaars, herdenking oprichting RMS (25 april), Molukse gemeenschap en identiteit)

Frits Lisapaly (1950) (zoon van Molukse KNIL sergeant, 1951 aankomst in Rotterdam, niet accepteren van ontslag uit militaire dienst, in kamp Vught voortzetting militair appel en hijsen van de Nederlandse vlag in uniform, dagelijks leven in kamp met 14 gezinnen in barak, overgang naar Driesprong Breda, integratie in Brabantse samenleving)

Matua Wattimena (1929), Johanna Wattimena-Hetharia (1927), Darcos Wattimena (1954) (Matua korporaal KNIL, Japans gevangenkamp, Makassar, politionele actie, opheffing KNIL juli 1950, naar Nederland voor tijdelijk verblijf, Amersfoort afleggen militair uniform, kampen Vught, Kruiningen, Winterswijk, zakgeld, gaarkeuken, werken bij HKI, ENKA, Molukse Wijk [Driesprong] Breda, Commissariaat Ambonezen Zorg, Molukse identiteit)

 

Migranten uit Nederlands Indië

Tussen 1946 en 1968 zijn zo’n 300.000 mensen uit Nederlands-Indië naar Nederland gekomen. Ruim 4500 vestigden zich in Breda. Hoe hebben zij destijds de Japanse bezetting doorstaan? Wat hebben ze meegemaakt in Soerabaya tijdens de Bersiap, toen jonge Indonesische nationalisten hen bedreigden, gevangen namen en martelden? Waarom gingen sommigen naar Nieuw Guinea en hoe was het om daarna in Nederland weer een nieuw leven te beginnen. Hoe werden de Indische families hier ontvangen en hoe is het ze vergaan in Breda na al die jaren?

Roos Holslag-Cornelius (1930) (Bandoeng, nonnenschool, onderwijs gericht op Nederland, verpleegster in ziekenhuis, Bersiap, contact met gewonde Nederlandse soldaten, 1950 naar Nederland, Indische diploma’s werden niet erkend, belangenbehartiging SAIP (Stichting Administratie Indonesische Pensioenen)

Renée Louise Fokke (1940) Deel 1 (0.18-1.19 leven in Batavia, 1.20 -6.25 Japanse invasie, geïnterneerd in Cihapit/Bandoeng, Kamp Ambarawa 6; 6.26-7.38 met ms Tegelberg naar Nederland). Voor de reis met ms Tegelberg zie ‘Terug naar het vaderland’ Polygoon Profilti. Deel 2 (0.19-1.25 naar school in Nederland; 1.33-3.26 honger in kamp Ambarawa 6; 5.04-5.52 Bersiap; 5.53-7.05 15 augustus herdenking)

Cornelis van Geenen (1927) en Suze van Greenen-Beynon (1932) (Cornelis van Geenen tijdens Japanse bezetting van Java geïnterneerd in kamp Lampersari in Semarang, martelingen, honger, vlucht naar vader in kamp Baros in Tjimahi; 3.22-5.35 na Japanse capitulatie in dienst bij vijfde bataljon Infanterie van KNIL, Bersiap; 5.36-8.26 Strijd tegen TNI; 8.27-9.51 als beroepsmilitair naar Nieuw Guinea; 9.52-12.02 Suze van Beynon, leven tijdens Japanse bezetting Nieuw Guinea; 12.03-13.29 ontmoeting Cornelis en Suze; 13.30 ev. Indonesische invasie 1962, leven in Nederland)

Masje Cornelia Dragt-Kalkman (1936-2012) Deel 1 (1.12-4.33 met ms Johan van Oldenbarnevelt van Soesterberg naar Bandoeng; 4.34-6.59 jeugd op Java; 7.00-8.49 Japanse invasie), Deel 2 (2.10-6.33 kamp Ambarawa 8; 6.34-9.43 kamp Banjoebiroe), Deel 3 (0.18-2.43 hereniging met vader; 2.44-3.51 Bersiap Semarang; 6.10-8.40 Indonesische nationalisten/ploppers Bandoeng, Deel 4 (0.57-2.40 lyceum Bandoeng en Aphen aan de Rijn; 2.41-4.26 Rijks HBS Nassaustraat Breda; 5.28 ev. Indische gemeenschap Breda)

Henk Kemper (1929-2015) Deel 1 (1.12-2.42 vader krijgsgevangen genomen door Kempeitai (Japanse militaire politie), martelingen, waterproef, tewerkstelling Pakan Baroe spoorlijn; 2.42 e.v. Bersiap Surabaya, Henk Kemper gearresteerd en overgebracht naar Simpang sociëteit, in gevangenis spitsroeden lopen bij Pemuda’s, december 1945 bevrijding door Gurkha’s en overleven in gekraakt huis), Deel 2 (Studie vliegtuigtechniek in Surabaya, vervolgstudie werktuigbouw in Dordrecht, ontwerp stadsverwarming Haagse Beemden in Breda)

Juliana (Meity) Molenaar-Legand (1938) Deel 1 (mobilisatie, vader gearresteerd door Jappanners, tewerkstelling Birma spoorweg, angst voor Japanners en Indonesiërs, voedselschaarste, moeder misbruikt door Japanners; 7.53-9.39 Bersiap Batavia, op de vlucht voor Pemuda’s, bevrijding door Gurkha’s; 9.40-11.23 Strijd tegen Indonesische nationalisten; 11.24-12.04 hereniging met vader; 12.05-13.26 postkoloniale tijd in Batavia, met ms Oranje in 1954 naar Nederland), Deel 2 (Pension Hilvarenbeek, 1955 naar Breda, kledingpakketten, werken bij FAAM, V&D, Ericsson, Indische feesten en Rockbandjes)

Charles Turpijn (1938) Deel 1 (Surabaya, dagelijks leven in vooroorlogse koloniale samenleving, opvoeding en onderwijs gericht op Nederland; 10.30-11.29 anti Duitse sentimenten na mei 1945, opkomst Engelstalige swingmuziek en films), Deel 2 (Aanleg schuilkelders, verduistering, bombardementen op Surabaya, vader geïnterneerd in Tjimahi/Bandoeng, leven onder Japanse bezetting), Deel 3 (Bersiap in centrum Surabaya, vader opnieuw geïnterneerd, straatgevechten, republikeinse gevangenkampen), Deel 4 (met ms Oranje in 1947 naar Nederland; 4.30-7.59 cadet KMA; 8.00-9.00 uitgaansleven Breda; 9.01-10.40 Indisch familieleven/Indischman)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties