dr. Kees Biekart (1958)

Deel 1: Naar Amsterdam

In de zomer van 1977 verhuisde Kees Biekart vanuit Drenthe naar Amsterdam om aan de UvA politicologie te gaan studeren. Samen met enkele medestudenten kraakte hij in 1978 een grachtenpand: Singel 186. Weliswaar slaagde eigenaar Manfred Evers erin om bij de rechter een ontruimingsbevel af te dwingen, maar vanwege de toenemende druk van de kraakbeweging en het tumult rond de Groote Keijser, werd het pand niet ontruimd. Het dagelijks leven veranderde wel. Tijd om te studeren was er nauwelijks. Kraken werd een dagtaak.



Deel 2: Hoogtijdagen

Eind jaren zeventig nam het aantal gekraakte panden in de Amsterdamse grachtengordel snel toe. Het waren grote gebouwen waar veel mensen woonden. Er ontstond een enorm netwerk en door onderlinge hulp werden de leegstaande huizen bewoonbaar gemaakt en ontruimingen voorkomen. De Groote Keijser groeide in die tijd uit tot symbool van de kraakbeweging. De zes panden aan de Keizersgracht moesten op last van de rechter worden ontruimd, maar werden door de gezamenlijke stedelijke kraakgroepen fel verdedigd. Na de ontruiming van de Nicolaas Beetsstraat in 1978, waarbij honderden geweldloze demonstranten hardhandig door de politie waren weg geknuppeld, werd nu gekozen voor een minder passieve strategie. De raadzaal werd bezet, er kwam een persgroep die de argumenten en idealen van de kraakbeweging verwoordde en langzaamaan ontstond een beweging met eigen cafés, theaters, drukkerijen en kranten zoals de ‘Kraakkrant’, ‘De Laatste Waarschuwing’ en later ‘Bluf’. Maar het bleef toch vooral een ‘doe-beweging’. Het alternatief lag niet in de theorie, maar in de praktijk, zoals in de Vondelstraat. Met de film ‘een Vondelbrug te ver, trok Kees Biekart met een paar vrienden door Duitsland en Zwitserland: ‘We werden onthaald als helden’.



Deel 3: Afloop

Volgens Kees Biekart vormde de inhuldiging van Koningin Beatrix op 30 april 1980 een kantelpunt. ‘Er kwam aan het licht dat we het niet eens waren’. De leus ‘het kraken gaat door’ bleek niet genoeg om de beweging aan de gang te houden. Er was onvoldoende ruimte om te discussiëren over de geweldspiraal. Maar, zo stelt hij: ‘Elke beweging heeft zijn einde. Als je succes definieert als “het gaat door”, dan is elke beweging mislukt en ik denk dat de kraakbeweging dat niet was.’ Het gaat, net als bij de antifascistische strijders in de Spaanse burgeroorlog, om de ideeën. Die blijven overeind en kunnen volgende generaties inspireren.



Deel 4: Toekomst

Kees Biekart ziet veel verwantschap met de krakers van weleer bij jonge klimaatactivisten en groepen als Extinction Rebellion of Occupy. Hun ideeën zijn zelfs radicaler en meeromvattend dan alleen ‘het kraken gaat door’. Ze hebben een goed verhaal en door gebruik te maken van sociale media slagen ze erin wereldwijd grote groepen op de been te brengen. Als docent op het International Institute of Social Studies in Den Haag staat hij voor een klas met 30 leerlingen uit evenzoveel verschillende landen die vertellen over sociale bewegingen, vaak met ideeën en idealen vergelijkbaar met die uit de jaren zestig en zeventig. In 2020 ondertekende Biekart samen met 170 andere wetenschappers een manifest waarin werd opgeroepen tot krimp, minder reizen en circulaire landbouw. Wanneer onderwijs, gezondheidzorg en een basisinkomen goed geregeld zijn, hoeft de economie niet zo massief te groeien, waardoor je de aarde minder uitput. Zo’n integrale visie ontbrak in de kraakbeweging meent Biekart. Maatschappelijke veranderingen, bijvoorbeeld een minder marktgerichte politiek, moeten van onderaf worden afgedwongen, maar het zullen staten zijn die ze uiteindelijk moeten doorvoeren. Er valt wat dat betreft nog veel te doen. Ook in Nederland. ‘Nederland als ontwikkelingsland…in die zin…ja.’